vrijdag 5 april 2013

taalgericht vakonderwijs


Hoe taalgericht onderwijzen in een les zedenleer?

De lessen zedenleer werken vaak rond een bepaald thema. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over erfelijkheid.
( De leerplannen voor het de 3e graad in een ASO richting vernoemen rond het thema erfelijkheid ook eugenetica, klonen, gedragsgenetica etc.. http://www.ribz.be/Dynamische%20leerplannen/secundair/PDF/3degraadASO.pdf )

Wanneer we een dergelijke les als voorbeeld zouden nemen moeten we aandacht besteden aan de structuur van de les. Dit betekend dus oa. het lesonderwerp duidelijk maken (erfelijkheid), de les logisch opbouwen (het bijvoorbeeld  niet hebben over eugenetica als we het nog niet over genen en genetica gehad hebben) en de hoofd van bijzaken onderscheiden.

Je kan de leerlingen de opdracht geven om te kijken hoe de genetica zich in de eigen familie manifesteert.Zo kunnen de leerlingen de eigen genen aan het werk zien in de oogkleur van hen en hun familieleden.

Belangrijke woorden om te onthouden en vaktermen kan je verduidelijken in woordlijsten. Het helpt echter ook wanneer de leerlingen de herkomst van een woord kennen. Dit helpt om die woorden makkelijker te onthouden.

 Bvb Eu-genetica: Grieks voor ̉εύ ("goed") en ̉γίγνομαι ~gignomai ("geboren) --> de leer van de verbetering van het menselijk nageslacht door voorkoming van de verbreiding van erfelijke ziekten en van invloeden die schadelijk kunnen inwerken op de genen; voorkóming van overdracht van ongunstige erfelijke informatie (http://www.nederlands-woordenboek.com/eugenetica/).

Het gebruik van dit soort woorden in haar juiste context zal voor de leerlingen verduidelijken hoe en wanneer een woord gebruikt wordt. Om te voorkomen dat leerlingen niet durven vragen naar de betekenis van het woord, is het goed om af en toe het woord met een synoniem te verduidelijken.
Daarnaast is het belangrijk om een goed klasklimaat te onderhouden zodat leerlingen zich niet geremd voelen om vragen te durven stellen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten