zondag 28 oktober 2012
The Trolley Problem
zondag 21 oktober 2012
Tijdelijke werkonderbreking.
Ziekteverzuim
We horen het allemaal wel vaker: Leerkrachten hebben erg veel verlof. Daarnaast hebben ze minder strenge regels met betrekking tot het ziekteverlof.
Wanneer we dan de cijfers van het ziekteverzuimrapport bekijken en zien dat het aantal genomen ziektedagen rond het weekend piekt; dan begrijpen we dat sommigen leerkrachten gemakzuchtig noemt.
De cijfers liegen niet stelt men dan.
Wanneer we dan kijken naar de voornaamste redenen om thuis te blijven, zien we dat kwalen als Stress en burn-out erg hoog staan. Dit zijn klassieke kwalen die met verschillende sociale jobs lijken gepaard te gaan. Daarnaast vormen ook stem- en rugklachten een probleem.
Ik denk dat we het vooral onrustwekkend moeten vinden dat zoveel leerkrachten die nood hebben. Wanneer zoveel leerkrachten hun weekends proberen te verlengen, zou men kunnen redeneren dat iedereen die met de leerkrachtenopleiding start gemakzuchtig van aard is en anticipeerd op veel verlof.
Óf
dat er elementen aan de functie zijn die zo'n effect hebben dat er werkverzuim optreedt.
Persoonlijk ben ik niet aan deze opleiding begonnen voor de baaldagen. Ik had er zelf nog nooit bij stil gestaan.
Wel vind ik het onrustwekkend dat in de praktijk de cijfers zijn, zoals ze zijn. Zal ik dit dan ook doen?
Wanneer we ons dus afvragen: "heeft de procedure van kennisgeving van ziekte en het systeem van betaalde ziektedagen zijn invloed op het hoog ziekteverzuim in het onderwijs? denk ik dat we "ja" moeten antwoorden. Het is immers niet moeilijk om een dagje thuis te blijven en het loonverlies is erg beperkt. Ik vind het echter belangrijker om stil te staan bij de reden waarom.
Oudere leerkrachten en pensioen
Oudere leerkrachten lijken het moeilijk te hebben in het onderwijs. Ze kijken op tegen de onderwijsvernieuwingen, vinden de verwachtingen dan ook onduidelijk. Ze hebben last van stress, burn- out, rug- en stemklachten. Tot slot kijken ze erg uit naar hun pensioen. Zo blijkt uit de analyse van Anneke Hudson, beleidsmedewerker bij de stichting Pandora. Ikzelf maakte gelijkaardige bedenkingen als zij in haar analyse op zoek naar oplossingen:
Op voorhand kan duidelijker gemaakt worden wat de verwachtingen zijn. Niet elke school is even sterk in administratieve begeleiding.
De verschillende lichamelijke klachten kunnen meer preventief behandeld worden. Zo zou er (net zoals bij ons nu in de opleiding wordt benadrukt) contact kunnen genomen worden met een logopedist voor eer echte problemen optreden. Ook voor psychologische problemen lijkt het mij aan te raden om van de school uit een psycholoog ter beschikking te stellen.
Naar burn-out toe vind ik het ook aan te raden om oudere leerkrachten (gedeeltelijk) te laten doorstromen naar nieuwe functies. Zo kan hun kennis dienen om nieuwe leerkrachten te ondersteunen. Ik geloof dat nieuwe functies, nieuwe uitdagingen en nieuwe energie kunnen vrijmaken.
Een Burn-out heb je niet van de ene dag op de ander. Preventief werken is ook hier van belang. Voornamelijk door naar onze leerkrachten te luisteren , door te praten en door hen het gevoel te geven er niet alleen voor te staan. Op die manier kunnen we misschien voorkomen dat het zover komt.
We horen het allemaal wel vaker: Leerkrachten hebben erg veel verlof. Daarnaast hebben ze minder strenge regels met betrekking tot het ziekteverlof.
Wanneer we dan de cijfers van het ziekteverzuimrapport bekijken en zien dat het aantal genomen ziektedagen rond het weekend piekt; dan begrijpen we dat sommigen leerkrachten gemakzuchtig noemt.
De cijfers liegen niet stelt men dan.
Wanneer we dan kijken naar de voornaamste redenen om thuis te blijven, zien we dat kwalen als Stress en burn-out erg hoog staan. Dit zijn klassieke kwalen die met verschillende sociale jobs lijken gepaard te gaan. Daarnaast vormen ook stem- en rugklachten een probleem.
Ik denk dat we het vooral onrustwekkend moeten vinden dat zoveel leerkrachten die nood hebben. Wanneer zoveel leerkrachten hun weekends proberen te verlengen, zou men kunnen redeneren dat iedereen die met de leerkrachtenopleiding start gemakzuchtig van aard is en anticipeerd op veel verlof.
Óf
dat er elementen aan de functie zijn die zo'n effect hebben dat er werkverzuim optreedt.
Persoonlijk ben ik niet aan deze opleiding begonnen voor de baaldagen. Ik had er zelf nog nooit bij stil gestaan.
Wel vind ik het onrustwekkend dat in de praktijk de cijfers zijn, zoals ze zijn. Zal ik dit dan ook doen?
Wanneer we ons dus afvragen: "heeft de procedure van kennisgeving van ziekte en het systeem van betaalde ziektedagen zijn invloed op het hoog ziekteverzuim in het onderwijs? denk ik dat we "ja" moeten antwoorden. Het is immers niet moeilijk om een dagje thuis te blijven en het loonverlies is erg beperkt. Ik vind het echter belangrijker om stil te staan bij de reden waarom.
Oudere leerkrachten en pensioen
Oudere leerkrachten lijken het moeilijk te hebben in het onderwijs. Ze kijken op tegen de onderwijsvernieuwingen, vinden de verwachtingen dan ook onduidelijk. Ze hebben last van stress, burn- out, rug- en stemklachten. Tot slot kijken ze erg uit naar hun pensioen. Zo blijkt uit de analyse van Anneke Hudson, beleidsmedewerker bij de stichting Pandora. Ikzelf maakte gelijkaardige bedenkingen als zij in haar analyse op zoek naar oplossingen:
Op voorhand kan duidelijker gemaakt worden wat de verwachtingen zijn. Niet elke school is even sterk in administratieve begeleiding.
De verschillende lichamelijke klachten kunnen meer preventief behandeld worden. Zo zou er (net zoals bij ons nu in de opleiding wordt benadrukt) contact kunnen genomen worden met een logopedist voor eer echte problemen optreden. Ook voor psychologische problemen lijkt het mij aan te raden om van de school uit een psycholoog ter beschikking te stellen.
Naar burn-out toe vind ik het ook aan te raden om oudere leerkrachten (gedeeltelijk) te laten doorstromen naar nieuwe functies. Zo kan hun kennis dienen om nieuwe leerkrachten te ondersteunen. Ik geloof dat nieuwe functies, nieuwe uitdagingen en nieuwe energie kunnen vrijmaken.
Een Burn-out heb je niet van de ene dag op de ander. Preventief werken is ook hier van belang. Voornamelijk door naar onze leerkrachten te luisteren , door te praten en door hen het gevoel te geven er niet alleen voor te staan. Op die manier kunnen we misschien voorkomen dat het zover komt.
zaterdag 20 oktober 2012
Bezoldiging van de lesgever
Wanneer ik afstudeer, zal ik onder barema 501 vallen.
Dit betekent dat ik met een drempelleeftijd van 24 jaar, in 2014 drie jaar anciënniteit zal hebben. Aangezien ik geen relevante extra werkervaring heb (en dit ook niet in het vooruitzicht heb), kan ik geen dienstjaren-anciënniteit meenemen. Zoals de vooruitzichten er op dit ogenblik uitzien, zal ik op maandbasis Bruto € 3132.34 verdienen (met de bedrijfsvoorheffing afgetrokken blijft hier nog €2246,35 van over). Op zich vind ik dit verre van een slecht loon.
De fietsvergoeding waar ik gebruik van zal kunnen maken, vind ik persoonlijk een aangename extra.
Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn zaken die ik als welkome extra zal beschouwen. Wanneer ik dit vergelijk met vrienden uit de privésector, is wat ik daaraan zal verdienen dit een stukje lager. Ik ben echter niet in de situatie dat ik dit als een terugvallen van mijn loon beschouw. Het blijft mijn inziens een comfortabel loon. Elke sector heeft zo zijn voor-en nadelen.
Ik wil mijn loonsituatie graag vergelijken met volgende afbeelding:
Mijn loon lijkt me op het eerste zicht, zeker voldoende. Indien ik echt rijk had willen worden, had ik wel iets anders gestudeerd. Mijn rijkdom haal ik wel uit andere zaken. Net zoals een koraalrif haar schoonheid en rijkheid haalt uit haar diversiteit , maakt ook het totale plaatje van het onderwijs mij rijk.
Onderzoek verloning, een reflectie.
Om te beginnen vind ik dat ik als leerkracht zeker niet slecht verdien. Hierin ben ik ogenschijnlijk niet alleen. In de discussies die op bvb. het forum van klasse woeden, lijken de meesten dit idee te bevestigen. Wel is er onenigheid over de manier waarop het loon stijgt. Het loon wordt immers jaar per jaar verhoogd ongeacht de inspanningen die men levert. In de privésector stijgt het loon sneller en werkt men meer met bonussen. Iemand met een zelfde diploma in de privésector, verdient meestal meer een gelijkaardig diploma in het onderwijs. Naarmate men ouder wordt, wordt ook het verschil groter. In navolging hiervan wordt regelmatig het idee geopperd om net zoals in de privé loon naar werken aan te bieden.
Bij dit idee heb ik mijn bedenkingen. Een hoger loon zou mij op dit ogenblik niet extra motiveren. Ook vind ik loon naar werken moeilijk te kaderen in het onderwijs. Hoe meet je een goed werkende leerkracht?
Meer motiverend voor mij zou een goed uitgerust (eigen) klaslokaal zijn. Ook de aanmoediging van de directie uit voor initiatieven zoals schooluitstappen is belangrijk.
Daarnaast denk ik dat het voor leerkrachten belangrijk is om vertrouwen te krijgen.
Wanneer ik deze mening spiegel aan de opinies van leraren die reeds in functie zijn, klink ik redelijk naïef. Volgens velen resulteert de huidige situatie in vastgeroestheid en gemakzucht van leerkrachten, dit omdat een leerkracht erg weinig vooruitzichten heeft.
Ik hoop dat ik de loonsituatie kan blijven zien als aangename zekerheid en dat ik mijn motivatie voor mijn werk kan blijven halen uit het lesgeven zelf.
Dat ik dit werk gewoon graag wil doen.
Dit betekent dat ik met een drempelleeftijd van 24 jaar, in 2014 drie jaar anciënniteit zal hebben. Aangezien ik geen relevante extra werkervaring heb (en dit ook niet in het vooruitzicht heb), kan ik geen dienstjaren-anciënniteit meenemen. Zoals de vooruitzichten er op dit ogenblik uitzien, zal ik op maandbasis Bruto € 3132.34 verdienen (met de bedrijfsvoorheffing afgetrokken blijft hier nog €2246,35 van over). Op zich vind ik dit verre van een slecht loon.
De fietsvergoeding waar ik gebruik van zal kunnen maken, vind ik persoonlijk een aangename extra.
Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn zaken die ik als welkome extra zal beschouwen. Wanneer ik dit vergelijk met vrienden uit de privésector, is wat ik daaraan zal verdienen dit een stukje lager. Ik ben echter niet in de situatie dat ik dit als een terugvallen van mijn loon beschouw. Het blijft mijn inziens een comfortabel loon. Elke sector heeft zo zijn voor-en nadelen.
Ik wil mijn loonsituatie graag vergelijken met volgende afbeelding:
Mijn loon lijkt me op het eerste zicht, zeker voldoende. Indien ik echt rijk had willen worden, had ik wel iets anders gestudeerd. Mijn rijkdom haal ik wel uit andere zaken. Net zoals een koraalrif haar schoonheid en rijkheid haalt uit haar diversiteit , maakt ook het totale plaatje van het onderwijs mij rijk.
Onderzoek verloning, een reflectie.
Om te beginnen vind ik dat ik als leerkracht zeker niet slecht verdien. Hierin ben ik ogenschijnlijk niet alleen. In de discussies die op bvb. het forum van klasse woeden, lijken de meesten dit idee te bevestigen. Wel is er onenigheid over de manier waarop het loon stijgt. Het loon wordt immers jaar per jaar verhoogd ongeacht de inspanningen die men levert. In de privésector stijgt het loon sneller en werkt men meer met bonussen. Iemand met een zelfde diploma in de privésector, verdient meestal meer een gelijkaardig diploma in het onderwijs. Naarmate men ouder wordt, wordt ook het verschil groter. In navolging hiervan wordt regelmatig het idee geopperd om net zoals in de privé loon naar werken aan te bieden.
Bij dit idee heb ik mijn bedenkingen. Een hoger loon zou mij op dit ogenblik niet extra motiveren. Ook vind ik loon naar werken moeilijk te kaderen in het onderwijs. Hoe meet je een goed werkende leerkracht?
Meer motiverend voor mij zou een goed uitgerust (eigen) klaslokaal zijn. Ook de aanmoediging van de directie uit voor initiatieven zoals schooluitstappen is belangrijk.
Daarnaast denk ik dat het voor leerkrachten belangrijk is om vertrouwen te krijgen.
Wanneer ik deze mening spiegel aan de opinies van leraren die reeds in functie zijn, klink ik redelijk naïef. Volgens velen resulteert de huidige situatie in vastgeroestheid en gemakzucht van leerkrachten, dit omdat een leerkracht erg weinig vooruitzichten heeft.
Ik hoop dat ik de loonsituatie kan blijven zien als aangename zekerheid en dat ik mijn motivatie voor mijn werk kan blijven halen uit het lesgeven zelf.
Dat ik dit werk gewoon graag wil doen.
zaterdag 6 oktober 2012
Aanstelling Lesgever
Soorten aanstellingen
Na het lezen van de verschillende vormen van aanstelling is mij duidelijk geworden dat de ene vorm volgt op de andere:
Zo zal ik, wanneer ik aan de slag ga in het onderwijs allereerst aangesteld worden met een TABD contract: Een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur. Bijgevolg zal ik weten dat op het einde van het schooljaar (30 juni) mijn contract althans voorlopig afloopt. Ook zal ik minstens de komende 3 jaar (720 dagen) niet meer zekerheid hebben.
Wanneer ik een dienstanciënniteit van 720 dagen verworven heb, kom ik in aanmerking voor een TADD (tijdelijk aanstelling van doorlopende duur). Dit houdt in dat de aanstelling loopt over de schooljaren heen en dat je voorrang krijgt op tijdelijke functies van bepaalde duur.
Op voorwaarde dat mijn diensten mijn hoodambt waren en ze uitgevoerd zijn binnen 1 scholengemeenschap.
Natuurlijk mag ik ook geen onvoldoende beoordeling gekregen hebben in die tijd, of ontslagen geweest zijn. Ook moet ik zeker deze opleiding met succes afgerond hebben. Indien dit niet het geval zou zijn, heb ik geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, maar een ander bekwaamheidsbewijs en kan mijn aanstelling slechts duren voor het lopende schooljaar.
Wanneer ik een TADD verworven heb op basis van mijn Vereist Bekwaamheidsbewijs(VE), geldt dit voor alle vakken waar ik dit bewijs voor heb (in mijn geval het vak NCZ). Wanneer ik een TADD verwerf op basis van een Voldoende Geacht Bekwaamheidsbewijs(VO), dan geldt dit voor alle vakken waarvoor ik een VO heb.
Uiteindelijk zal ik misschien in aanmerking komen voor een vaste benoeming. Hiervoor moeten er natuurlijk open vacante betrekkingen zijn en moet ik mij tijdig kandidaat stellen. Wanneer ik dit bereikt heb, zal ik ook een aantal voordelen verwerven, zoals daar zijn: werk - en inkomenszekerheid, bijkomende rechten inzake verlof, pensioen en ziekteverlof.
Evaluatie:
benoeming.Klassiek bezwaar tegen de benoeming is dat men hierdoor vastroest en je gedrevenheid verdwijnt. Dit lijkt mij een vreemd veronderstelling. Het is niet omdat ik de zekerheid heb op werk, dat ik het daarom minder gedreven of gemotiveerd zou doen. In die redenering kan men dus ook stellen dat jonge leerkrachten zonder benoeming gedreven louter worden door het vooruitzicht van werkzekerheid. Ik denk dat er wel een meer relevante intrinsieke motivatie mee speelt dan deze..
Ook volgende opinie vinden we terug: "De afschaffing van de vaste benoeming geeft leerkrachten een impuls om tijdens hun loopbaan te switchen tussen de privésector en de school. Het is onlogisch dat de mensen die jongeren moeten voorbereiden op de steeds flexibeler wordende arbeidsmarkt zichzelf door een vastbenoemde functie opsluiten in een rigide en sterk beschermde job. Levenslange loopbanen als leraar moeten een uitzondering worden."
Ook hier vind ik dat het ene niet noodzakelijk uit het andere volgt. Het lijkt mij inderdaad interessant dat je als leerkracht makkelijker kan switchen tussen verschillende loopbanen. Maar om die reden moet benoeming niet afgeschaft worden. Misschien kan er gewerkt worden met een systeem dat nadat een leerkracht meer praktijkervaring heeft opgedaan, terug kan komen en zijn functie terug oppikken? Het idee dat een leerkracht niet weet hoe de rest van de arbeidsmarkt eruitziet en bijgevolg jongeren niet kan voorbereiden op deze wereld, vind ik rigide. Als leerkracht wordt je ook geacht steeds flexibeler en veelzijdig te zijn. Ze moeten de besten worden in polyvalente vaardigheden, het zou dus verbazingwekkend zijn , als ze dit ook niet op hun leerlingen kunnen overzetten.
Het is duidelijk dat de vaste benoeming je het meeste zekerheden hebt. Ik vind het opvallende hoe weinig mensen in het begin van hun carrière benoemd worden. Logisch is het wel, maar eigenlijk zou dit niet zo vanzelfsprekend moeten zijn. Dit omdat de 1e vijf à zeven jaar van je professionele carrière doorgaans de meest onzekere en moeilijke periode in het leven zijn. Elk schooljaar opnieuw heb je de onzekerheid van werk. Dit bemoeilijkt toekomstplanning, zowel het zoeken naar een huis als eventueel beginnen met kinderen, zijn zaken waar je niet mee aanvangt als je geen werkzekerheid hebt.
Het is echter wel veel belovend dat de cijfers aanduiden dat tegen pensioenleeftijd een meerderheid van 91% van de leerkrachten een vaste benoeming verworven heeft.
Nadeel van die benoeming kan ook zijn dat je sterk gebonden wordt aan je werkgever. Dit veronderstelt dat je de wil moet hebben om bij die werkgever te blijven.
Tot slot wil ik benadrukken dat in deze onzekere crisistijden, ik een vaste benoeming een mooie beloning vind voor de inzet en het harde werk van een leerkracht.
http://www.dipity.com/westsofie/tijdslijn-TADD/?s=t
Vrolijke groeten
Sofie
https://docs.google.com/spreadsheet/ccc?key=0AuBmeNXVv4R4dGk5M2JYNlFCaUV2VlNWQUNOd3FTbHc#gid=0
Lesgever en statuut
Wanneer ik mijn aspiraties in het onderwijs verbind met de regels en wetmatigheden waaraan een leerkracht gebonden is, hoop ik het volgende te bekomen in het onderwijs:
Het ideaal
Graag zou ik de vakken niet confessionele zedenleer (NCZ) en geschiedenis gaan geven in een derde graad van het secundair onderwijs. Beide vakken worden door mij gekozen omwille van mijn passie voor die vakken. Leerkacht zijn, biedt de mogelijkheid om bezig te blijven met het domein waarvoor je ooit gekozen hebt te studeren. Als moraalwetenschapper hoop ik bij mijn leerlingen zowel een interesse te wekken voor de ethiek als een inzicht te doen verwerven in de betekenis van het verleden voor het heden. In beide van mijn gekozen vakken zijn deze elementen van belang.
Om dit te kunnen doen is het noodzakelijk om de SLO opleiding af te maken. Dan zal ik voor het vak NCZ een vereis bekwaamheidsbewijs hebben en voor het vak geschiedenis een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Idealiter geef ik deze vakken full-time, dus 20 lesuur (in een perfecte verdeling zal dit dus 10-10 zijn). Liefst zijn deze uren verdeeld over niet al te veel scholen..
Het sollicitatiegesprek
mijn sollicitatiegesprek, zal ik allereerst mijn best doen om een goede eerste indruk te maken. Dit door verzorgd taalgebruik en door net en fris te verschijnen. Tijdens het gesprek zet ik in op mijn kwaliteiten van vakbekwaamheid en mijn mogelijkheden om een vak gestructureerd en duidelijk over te brengen. Ook mijn geduldigheid is hierin een belangrijke eigenschap. In het gesprek zal ik ook aan bod laten komen dat klasmanagement bij mij niet onmiddellijk een probleem zal vormen. Hierbij kan ik refereren aan mijn hobby's in scouting en huistaakbegeleiding als voorbeelden voor deze kwaliteiten. Verder zal ik duidelijk laten blijken dat ik zeer bereid om verdere vorming te volgen. Leren doen we immers voor het leven.
Toestand van de arbeidsmarkt
Op dit ogenblik is er zeker geen overaanbod van het aantal uren voor een leerkracht NCZ of geschiedenis. Godsdienstleerkrachten daarentegen worden wel overal gezocht. Ook al kan ik in theorie aan de slag als leerkracht godsdienst, ik zal dit waarschijnlijk niet doen. Mijn inziens verdienen leerlingen godsdienst een overtuigde en gemotiveerde leerkracht voor hun vak. Alsook betwijfel ik of ik nadien nog aan de slag zal kunnen als leerkracht NCZ.
Echter de cijfers van de arbeidsmarkt voor de 3e graad in het secundair onderwijs zien er met het jaar beter uit: "Het aantal werkzoekende leerkrachten van het secundair onderwijs 3/4e graad is in het schooljaar 2010-2011 (met uitzondering van maart 2011) elke maand gedaald in vergelijking tot dezelfde maanden van het voorgaande schooljaar." (http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi/pdf/arbeidsmarkt/Rapport_AGODI_Arbeidsmarktbarometer_Basis_Secundair_2011.pdf). Hoe de arbeidsmarkt eruit zal zien wanneer ik zal afstuderen, zullen we dan wel zien..
De BPT uren
De 'Bijzondere pedagogische Taken'' bieden een mogelijkheid om als leerkracht buiten de gewone lesuren iets extra te bieden. Meewerken aan projecten, leiden van een klasraad, .. Kortom het ondersteunen van leerling en schoolproject. Volgens mij biedt dit ook de unieke mogelijkheid om je blik te verruimen en nog meer variatie aan je werkleven te brengen. We mogen echter niet blind zijn voor de negatieve gevolgen die dit ook (noodzakelijk?) met zich meebrengt. Deze uren worden immers ergens anders ingeboet. Zoals we in klasse kunnen lezen:
"Je moet die uren weghalen uit het totale lesurenpakket. Meer BPT-uren is onvermijdelijk synoniem van grotere klassen." (http://www.klasse.be/leraren/13249/bijzondere-pedagogische-taken-uren-voor-extra-werk/).
Een gulden middenweg vinden is dan ook de boodschap.
Het Element
Sir Ken Robinson pleit voor de eliminatie van de valdien hierarchie waarmee hij bedoelt dat het hoger inschatten van de ene richting ten opzichte van een andere verouderd is. Het gaat in tegen fundamentele waarden van diversiteit. Uiteindelijk moeten we allemaal erkennen dat we de verschillende mensen in onze maatschappij nodig hebben. Dus ook de verschillende onderwijsvormen. Neerkijken op een richting blijkt dan ook achterhaald. Ik denk echter dat we gemakkelijk kunnen stellen dat dit echter nog dagelijks gebeurt. Er is dus nog werk aan de winkel. Misschien begint iedereen best bij zichzelf, wanneer we onze basisattitude ten op zichte van de ander veranderen, zal langzaam aan ook de beeldvorming hierrond veranderen.
" Kunst, exacte Wetenschap, sociale Wetenschap, lichamelijke opvoe-
ding, talen en Wiskunde hebben allemaal gelijke en centrale bijdragen te le-
veren aan de educatie van een leerling."( https://docs.google.com/file/d/0B-BmeNXVv4R4MUI5UlVTczluQnc/edit).
Een ander belangrijk punt dat door Sir Ken Robinson naar voren wordt gebracht is dat we vakoverschrijdend zouden moeten gaan werken. De wereld bestaat immers uit een veelheid van domeinene deze overlappen elkaar en vallen niet strikt onder te verdelen.
"Wiskunde is bijvoorbeeld niet gewoon een pakket informatie dat geleerd
moet worden, maar een complex patroon van ideeën, praktische vaardig-
heden en concepten. Het is een discipline - of liever een pakket disciplines." (https://docs.google.com/file/d/0B-BmeNXVv4R4MUI5UlVTczluQnc/edit).
Ook het vak van de moraalwetenschapleert ons dat een zuiver domein enkel in theorie bestaat. De wetenschappen zijn steeds reacties op elkaar. Het is dan ook interessant om deze als volgt te behandelen.
Een laatste waardevol punt dat ik wil aanhalen is dat Sir Ken Robinson benadrukt dat leren een persoonlijk proces is. "De huidige onderwijsprocessen houden geen rekening met individuele leerstijlen en talenten.." Ik kan hem hier alleen maar in bijvallen. In tijden waarin er hoe langer hoe meer wordt verwacht van een individu in deze gemeenschap, is het belangrijk deze ook als individu te behandelen en iemand zo het best tot ontwikkeling laten komen.
(In mijn carrière wil ik graag zowel aandacht hebben voor de diversiteit van mijn school als de collectiviteit ervan)
Met deze afbeelding sluiten we af,
Tot de volgende blog.
Het ideaal
Graag zou ik de vakken niet confessionele zedenleer (NCZ) en geschiedenis gaan geven in een derde graad van het secundair onderwijs. Beide vakken worden door mij gekozen omwille van mijn passie voor die vakken. Leerkacht zijn, biedt de mogelijkheid om bezig te blijven met het domein waarvoor je ooit gekozen hebt te studeren. Als moraalwetenschapper hoop ik bij mijn leerlingen zowel een interesse te wekken voor de ethiek als een inzicht te doen verwerven in de betekenis van het verleden voor het heden. In beide van mijn gekozen vakken zijn deze elementen van belang.
Om dit te kunnen doen is het noodzakelijk om de SLO opleiding af te maken. Dan zal ik voor het vak NCZ een vereis bekwaamheidsbewijs hebben en voor het vak geschiedenis een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Idealiter geef ik deze vakken full-time, dus 20 lesuur (in een perfecte verdeling zal dit dus 10-10 zijn). Liefst zijn deze uren verdeeld over niet al te veel scholen..
Het sollicitatiegesprek
mijn sollicitatiegesprek, zal ik allereerst mijn best doen om een goede eerste indruk te maken. Dit door verzorgd taalgebruik en door net en fris te verschijnen. Tijdens het gesprek zet ik in op mijn kwaliteiten van vakbekwaamheid en mijn mogelijkheden om een vak gestructureerd en duidelijk over te brengen. Ook mijn geduldigheid is hierin een belangrijke eigenschap. In het gesprek zal ik ook aan bod laten komen dat klasmanagement bij mij niet onmiddellijk een probleem zal vormen. Hierbij kan ik refereren aan mijn hobby's in scouting en huistaakbegeleiding als voorbeelden voor deze kwaliteiten. Verder zal ik duidelijk laten blijken dat ik zeer bereid om verdere vorming te volgen. Leren doen we immers voor het leven.
Toestand van de arbeidsmarkt
Op dit ogenblik is er zeker geen overaanbod van het aantal uren voor een leerkracht NCZ of geschiedenis. Godsdienstleerkrachten daarentegen worden wel overal gezocht. Ook al kan ik in theorie aan de slag als leerkracht godsdienst, ik zal dit waarschijnlijk niet doen. Mijn inziens verdienen leerlingen godsdienst een overtuigde en gemotiveerde leerkracht voor hun vak. Alsook betwijfel ik of ik nadien nog aan de slag zal kunnen als leerkracht NCZ.
Echter de cijfers van de arbeidsmarkt voor de 3e graad in het secundair onderwijs zien er met het jaar beter uit: "Het aantal werkzoekende leerkrachten van het secundair onderwijs 3/4e graad is in het schooljaar 2010-2011 (met uitzondering van maart 2011) elke maand gedaald in vergelijking tot dezelfde maanden van het voorgaande schooljaar." (http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi/pdf/arbeidsmarkt/Rapport_AGODI_Arbeidsmarktbarometer_Basis_Secundair_2011.pdf). Hoe de arbeidsmarkt eruit zal zien wanneer ik zal afstuderen, zullen we dan wel zien..
De BPT uren
De 'Bijzondere pedagogische Taken'' bieden een mogelijkheid om als leerkracht buiten de gewone lesuren iets extra te bieden. Meewerken aan projecten, leiden van een klasraad, .. Kortom het ondersteunen van leerling en schoolproject. Volgens mij biedt dit ook de unieke mogelijkheid om je blik te verruimen en nog meer variatie aan je werkleven te brengen. We mogen echter niet blind zijn voor de negatieve gevolgen die dit ook (noodzakelijk?) met zich meebrengt. Deze uren worden immers ergens anders ingeboet. Zoals we in klasse kunnen lezen:
"Je moet die uren weghalen uit het totale lesurenpakket. Meer BPT-uren is onvermijdelijk synoniem van grotere klassen." (http://www.klasse.be/leraren/13249/bijzondere-pedagogische-taken-uren-voor-extra-werk/).
Een gulden middenweg vinden is dan ook de boodschap.
Het Element
Sir Ken Robinson pleit voor de eliminatie van de valdien hierarchie waarmee hij bedoelt dat het hoger inschatten van de ene richting ten opzichte van een andere verouderd is. Het gaat in tegen fundamentele waarden van diversiteit. Uiteindelijk moeten we allemaal erkennen dat we de verschillende mensen in onze maatschappij nodig hebben. Dus ook de verschillende onderwijsvormen. Neerkijken op een richting blijkt dan ook achterhaald. Ik denk echter dat we gemakkelijk kunnen stellen dat dit echter nog dagelijks gebeurt. Er is dus nog werk aan de winkel. Misschien begint iedereen best bij zichzelf, wanneer we onze basisattitude ten op zichte van de ander veranderen, zal langzaam aan ook de beeldvorming hierrond veranderen.
" Kunst, exacte Wetenschap, sociale Wetenschap, lichamelijke opvoe-
ding, talen en Wiskunde hebben allemaal gelijke en centrale bijdragen te le-
veren aan de educatie van een leerling."( https://docs.google.com/file/d/0B-BmeNXVv4R4MUI5UlVTczluQnc/edit).
Een ander belangrijk punt dat door Sir Ken Robinson naar voren wordt gebracht is dat we vakoverschrijdend zouden moeten gaan werken. De wereld bestaat immers uit een veelheid van domeinene deze overlappen elkaar en vallen niet strikt onder te verdelen.
"Wiskunde is bijvoorbeeld niet gewoon een pakket informatie dat geleerd
moet worden, maar een complex patroon van ideeën, praktische vaardig-
heden en concepten. Het is een discipline - of liever een pakket disciplines." (https://docs.google.com/file/d/0B-BmeNXVv4R4MUI5UlVTczluQnc/edit).
Ook het vak van de moraalwetenschapleert ons dat een zuiver domein enkel in theorie bestaat. De wetenschappen zijn steeds reacties op elkaar. Het is dan ook interessant om deze als volgt te behandelen.
Een laatste waardevol punt dat ik wil aanhalen is dat Sir Ken Robinson benadrukt dat leren een persoonlijk proces is. "De huidige onderwijsprocessen houden geen rekening met individuele leerstijlen en talenten.." Ik kan hem hier alleen maar in bijvallen. In tijden waarin er hoe langer hoe meer wordt verwacht van een individu in deze gemeenschap, is het belangrijk deze ook als individu te behandelen en iemand zo het best tot ontwikkeling laten komen.
(In mijn carrière wil ik graag zowel aandacht hebben voor de diversiteit van mijn school als de collectiviteit ervan)
Met deze afbeelding sluiten we af,
Tot de volgende blog.
Abonneren op:
Reacties (Atom)


