woensdag 27 maart 2013

leerplandoelstellingen DCP

RIBZ 3e graad BSO: 

Leerplandoelstelling: Procesdoel 3 Humaniseren van het samenleven met anderen:
                              1.1. Uitdiepen van de mogelijkheden van de mens.
                                    ° De biologische mens 
                                    * Evolutie 
                                     - nieuwe mogelijkheden: robotica, prothesen, kunstorganen,..
Lesdoelen:

Leerlingen kunnen 3 voordelen van kunstorganen en prothesen benoemen
Leerlingen kunnen 3  nadelen van kunstorganen en prothesen benoemen.
Leerlingen nemen een positieve houding aan tegenover mensen met een beperking.
Leerlingen kunnen met eigen woorden het verschil uitleggen tussen een prothese en kunstorganen.
Leerlingen kennen de huidige 6 verschillende domeinen van de robotica.
Leerlingen vormen een kritische mening ten opzichte van robotica in de maatschappij.


Stimulerende start:
In het eerste deel van de les zien de leerlingen een fragment van Robocop. (http://www.youtube.com/watch?v=WxflEz4VDy0) Een politieagent uit de toekomst die artificieel is versterkt. Na het fragment worden de leerlingen naar hun mening over deze robocop gevraagd. Algemeen wordt hij als een cool personage beschouwd. Dit positieve gevoel houden we even vast. We vergelijken hem nu met de afbeelding van een gewoon politieagent. Uit het gesprek komt de mening over beide personages aan bod. Wie de coolste is zal misschien niet uitgemaakt worden, maar Robocop zal redelijk wat punten op zijn credo krijgen

Vervolgens tonen we beelden van van Oscar Pistorius (de huidige wereldrecordhouder op de 100 m, zonder benen). http://www.youtube.com/watch?v=I3fiyqEGddk 
Ook hier vragen we naar het gevoel dat dit bij de leerlingen oproept.
Hoewel er verschillenden zullen zijn die dit ook indrukwekkend zullen vinden, zal zijn beperking meer mensen opvallen.
Wanneer we hem dan vergelijken met Usain Bolt, zal Oscar Pistorius waarschijnlijk minder 'cool' zijn dan Robocop in de vorige vergelijking.
Een klasdiscussie over wat nu het verschil is tussen een Robocop & agent en Pistorius & Bolt kan volgen.


Evaluatiefase
Het evolutie bordspel.
Een ganzenbord-vormig spel waarbij de deelnemers (kan ook in groepjes wanneer de klas te groot is om elk individueel deel te nemen) bij de start een ééncellig lichaam zijn. Door middel van dobbelsteenworpen raken ze steeds verder in de evolutie (eencellig>meercellig>waterdier>landdier>....) Op verschillende vakjes trekken de leerlingen vragen met betrekking tot de les ( afbeelding waarop ze een prothese moeten herkennen, som voordelen van prothesen/kunstorganen op/ afbeelding van een domein van de robotica bvb leger herkennen en benoemen/...) deze moeten ze beantwoorden om verder in het evolutionaire proces te komen.
De leerlingen krijgen in dit spel ook de kans om keuzes te maken in hun evolutie. Door juist op de vragen te beantwoorden krijgen ze de keuze om bijvoorbeeld te kiezen tussen meerdere mutaties.
Bij aanvang van het spel maakt dit niet zoveel uit. Echter op het einde van het spel krijgen ze op die manier de keuze tussen verschillende post-menselijke varianten (zoals x-men personages: dit is een strip en filmreeks gebasseerd op mutaties en evolutie, cyborgs, diermensen, etc ..). Zij die als eerste over de finish komen zijn 'the fittest'.
Op die manier kunnen we een hoofdstuk over evolutie en de mogelijkheden van de mens afsluiten.
























Leerplandoelstellingen (deel 2 van dossier leerplannen)


RIBZ: ASO, 3e graad, 1.2 Zelfstandig denken: Vrij onderzoek.

° Kritische benadering van het vrij onderzoek. - waardevrije wetenschap ? * wetenschap en ethiek* mag alles wat kan ? 

Binnen dit thema kan onder andere een onderwerp als genetische manipulatie aanbod komen. Onlangs was er het proces mbt het genetisch gemanipuleerde aardappelveld dat vernietigd werd. (http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/oostvlaanderen/1.1034648)
Hierbij kan een discussie aan bod komen, waarin men zowel discussieert over het betreden en vernietigen van een wetenschappelijk project. Als over de toelaatbaarheid van zo'n projecten.
De wetenschap staat op dit ogenblik zover dat we ons bij bijna elke vernieuwing kan afvragen, mogen wij dit als mensen doen? Wanneer is iets te ingrijpend en hoever kunnen we mogelijke gevolgen overzien?

RIBZ: TSO, 3e graad: Bijzonder procesdoel 7: inzichtelijke omgang met de media. 7.1. Herkennen en verkennen 
van de media.


In een internet generatie als de onze, is media erg belangrijk. Het is dan ook van cruciaal belang dat onze jongeren de verschillende media leren kennen en met een kritisch oog tegemoet treden.Heel wat jongeren hebben een facebook-account, dit geeft een makkelijke insteek naar de directe leefwereld van de jongere toe. Een klasgesprek over verschillende media (met bijvoorbeeld een woordspin aan bord) kan een inleiding geven op het thema. Ook de rol van die media kunnen dan aan bod komen. De voor- en nadelen van de verschillende media kunnen gebruikt worden om een direct inzicht te krijgen in het eigen mediagebruik.
Fragmenten uit bvb de film 'Social Network' kunnen hier helpen om de aandacht van de leerlingen bij de les te houden.

dossier leerplannen

Leerplan Go: leerplannummer: 2006/040. Leerplan voor de 3e graad in het vak cultuurwetenschappen.
Leerplan OVSG: leerplannummer: 0/2/2006/299. Leerplan voor de derde graag in het vak cultuurwetenschappen.

Elementen die in beide leerplannen terug te vinden zijn, zijn de volgende:
Introductieblad met alle algemene informatie (studierichting, onderwijsvorm,graad, leerplannummer,etc..)

In beide bundels is informatie terug te vinden over de
                                        -Beginsituatie
                                        -Algemene doelstellingen
                                        -Leerplandoelstellingen, leerinhouden en specifieke pedagogisch-didactische wenken

                                        -Algemene pedagogisch-didactische wenken                                       
                                        -Minimale materiële vereisten                  

                                        -Evaluatie
                                        -Bibliografie
Op het eerste zicht is het leerplan van het OVSG veel uitgebreider. Zowel in aantal pagina's als het aantal verschillende hoofdstukken is een stuk uitgebreider. Ook de volgorde is op een andere manier opgebouwd.

De leerplandoelen zijn dezelfde. Ze worden in een andere volgorde geformuleerd, echter beide leerplannen wijzen erop dat de volgorde niet van belang is de componenten horen immers verbonden te worden.
In het GO leerplan is zijn de leerplandoelen nadrukkelijk aan de eindtermen gebonden. In het leerplan van het OVSG staat een begeleidend woord over hoe de eindtermen in de leerplandoelen verwerkt zijn, maar deze worden niet meer expliciet erin vermeld.

Pedagogische wenken
Hoewel beide leerplannen nadruk leggen op andere elementen die van belang zijn, namelijk: het procesgerichte (GO) en het zelfstandige leren (OVSG). Blijft de rol van de leerkracht dezelfde: een omgeving creëren waar de leerling op zoek verbanden over vakken heen kan leren maken. Beide leerplannen leggen dan ook de nadruk op het begeleid zelfgestuurd leren, met een rol voor de leerkracht als coach. Interactie en constructiviteit staan in beide visies dan ook centraal.

Mijn voorkeur:
Mijn voorkeur gaat uit naar het leerplan van het gemeentelijk onderwijs. Ik vind het als overzicht duidelijker en apprecieer heel erg de heldere link met de eindtermen.  Het meer to-the-point gehalte zorgt ervoor dat je er gemakkelijker mee aan de slag kan. Zeker als startend leerkracht komt er zoveel op je af dat een helder overzicht meer dan welkom is.

Vakbekwaamheid in het volwassenonderwijs:
Zonder bewijs van pedagogische bekwaamheid mag ik enkel NCZ geven (zowel in de eerste, tweede en derde graad).
Wanneer ik in het bezit zal zijn van dit BPB, mag ik daarnaast ook cultuurwetenschappen geven. Ik heb echter geen vakbekwaamheid in het volwassenonderwijs.

Wanneer we een leerplan cultuurwetenschappen uit het volwassenonderwijs (GO: 06-07/1755/N) vergelijken met de vorige leerplannen valt inhoudelijk op dat men meer aandacht besteedt aan het type cursisten dat instroomt. Men benadrukt dat verschillende cursisten niet over voorkennis zullen beschikken..
De doelstellingen zijn echter gelijkaardig. Er ligt een grote nadruk op procesevaluatie, waarbij de leerkracht zichzelf in vraag dient te stellen wanneer de cursisten niet lijken te gaan slagen.
De pedagogische wenken leggen een gelijkaardige klemtoon. Binnen het kader van een Leven Lang Leren, benadrukt men het belang van het zelf in handen nemen van het leerproces bij de cursisten.

donderdag 21 maart 2013

DCP Opdracht pedagogische taak



  • Als leerkracht levensbeschouwelijke vakken vind ik dat je rol in waardevorming een groter deel van je lesgeven bespeelt, dan van bijvoorbeeld in een vak wiskunde. De lesinhouden in een les NCZ zijn immers veel nadrukkelijker gericht op waardevorming en burgerschapszin. 

    Als persoonlijke invulling van mijn pedagogische taal als  vakleerkracht leg ik dan ook voornamelijk de nadruk op het creëren van een positief leefklimaat (in en buiten mijn les), aandacht voor actualiteit en het ontwikkelen van een democratische attitude. Daarnaast moet er ook ruimte zijn om het zelfbeeld in een positief klasklimaat te ontwikkelen. Het is belangrijk om de leerlingen voor te bereiden om de samenleving waarin ze leven en terecht komen.

    Een leerkracht zedenleer moet het al vaker hebben van een goede interactie tussen hem/haar en de klas. Het is dus vanzelfsprekend dat ook veel aandacht moet gaan naar wederzijds respect.
    Naar mijn mening moet een leerkracht zedenleer een vertrouwenspersoon kunnen zijn. De leerlingen die hij/zij ziet, zitten immers vaak in een periode in hun leven waar ze met veel nieuwe zaken leren omgaan. Deze zaken komen ook aan bod in de lessen zedenleer. Een leerling moet dan ook het gevoel hebben deze zaken te kunnen bespreken, zonder bang te zijn om vragen te stellen. 
    Samen met vakken als cultuurwetenschappen en geschiedenis is zedenleer ook een vak waar burgerschap, multiculturaliteit, seksualiteit,..etc besproken kunnen worden. Het is dan ook belangrijk om de leerlingen hier een open en kritische geest bij te brengen.

    Ook de leerling als individu moet zichzelf ontwikkelen en de kans krijgen om dit in de veilige omgeving van een klaslokaal te doen.

    Ik sprak hiervoor al als vakleerkracht maar dat zedenleer zich hier uitermate goed toe leent, valt gemakkelijk uit de leerplannen af te leiden. De procesdoelen van het leerplan zedenleer zijn dan ook nadrukkelijk gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de leerling. 
    Niet alleen in een ASO waar algemene vorming belangrijk is, ook in het leerplan van een technische opleiding vinden we volgende zaken terug:


    MOREEL DENKEN TEGEN DE ONVERSCHILLIGHEID PRO DE BETROKKENHEID, 
    VERANTWOORDELlJKHEID VOOR HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE GENERATIES, 
    (leerplan 3e graad TSO).

    In deze procesdoelen vind je gemakkelijk en duidelijk waarden en normen terug. Ik denk dat de kunst eruit bestaat om die niet te belerend over te brengen. We hebben dus de taak om waarden expliciet over te brengen. Het is echter belangrijk om dit met een verborgen curriculum te doen. Ik denk wanneer dat je zaken als de opwarming van de aarde aanbrengt, je de leerlingen bijvoorbeeld zelf naar voorbeelden moet laten zoeken. In plaats van hen belerend te zeggen dat ze moeten sorteren. Wanneer men het waarom van iets begrijpt, zal men veel gemakkelijker een gelijkgestemde attitude aan nemen.

    VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN, 
    HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN,
    OEFENING IN ZINGEVING (Leerplan 3e graad TSO).

    Een tweede opgave is gevoelige thema's bespreekbaar maken. Over kwesties als abortus, euthanasie, homohuwelijk, multiculturaliteit zijn de meningen verdeeld. Het is belangrijk de thematiek aan bod te kunnen brengen met respect voor ieders mening. Elke leerling moet ook het gevoel hebben, dat hij op een veilige manier zijn mening kan uiten. Er zullen immers steeds in je klas leerlingen zitten die op de een of andere manier met die thema's reeds in contact zijn gekomen en met vragen of bedenkingen zitten. Het is als leerkracht ook belangrijk om de waarden en normen van je leerlingen te respecteren. Er zullen momenten komen dat je persoonlijke mening fundamenteel verschilt van die van je leerling. Het is dan belangrijk dat je leerlingen het gevoel hebben dat dit ook kan en mag. 



zaterdag 16 maart 2013

tussentijdse beeld

Nadat ik mijn kubus een dag in mijn bezit had:

Een ongeluk (te hard gedraaid)

Gelukkig viel hij te herstellen.