Afgelopen week ben ik in mijn eerste sessie vakdidactiek gehad. Als toekomstig leerkracht zedenleer belandde ik in de groep van de gedrags- en cultuurwetenschappen.
Dit was zeker een goede keuze. De overlapping tussen beide domeinen is redelijk groot. Het zijn immers beiden vakken met veel vakoverschrijdende doelen. In beide vakken staat de inbreng van de leerling dan ook centraal.
Het doel van de sessies lijkt mij voornamelijk het creëren van een "pool"/groep, waarbinnen we ideeën, opvattingen, hulp en vragen kunnen delen. Door middel van die groep kunnen we veel informatie verspreiden. Want velen weten meer dan één. Ik heb echter het gevoel dat ik wat concrete ervaring mis om een meerwaarde voor de anderen te kunnen zijn.
Wat had ik verwacht?
De aantal dagen voor onze eerste sessie probeerde ik mij een beeld te vormen van wat ik kon verwachten van dit lesonderdeel. Concreet had ik verwacht om specifieke tips, bronnen, situaties of casussen te zien; die eigen kunnen genoemd worden aan ons domein. Zoals bijvoorbeeld: hoe ga je om met een thema als rouwen, wat als een leerling het er moeilijk mee krijgt, ..
Zaken die je niet onmiddellijk terugvindt in een les wiskunde bijvoorbeeld. Op dit vlak bleef ik misschien een beetje op mijn honger zitten. Dat is misschien eerder stof voor de volgende sessie. Het was immers nog maar een introductie en kennismaking met het vak..
Wat ik meeneem
Als leerkracht cultuur- gedrag wetenschappen of als leerkracht zedenleer, ben je een vertrouwenspersoon. Leerlingen moeten de mogelijkheid krijgen om bij jou meer te kunnen zeggen dan lesinhoudelijke zaken. Hiervoor moet je een open klasklimaat creëren waarbinnen leerlingen zich veilig voelen. Tegelijkertijd is het belangrijk je grenzen te bewaken. Want hoe graag je je leerlingen ook kan zien, je bent niet hun vriend, maar hun leerkrEen fijn weekend nog,
Sofie
Geen opmerkingen:
Een reactie posten